donderdag 2 oktober 2014

OMA & OPA (17)

Op de terugreis moest Maria onophoudelijk denken aan wat  ze vanmiddag met haar moeder besproken had over dat slaapwandelen en het verhuizen van de huisdieren. Joop probeerde haar aandacht een beetje af te leiden van haar getob en hij vertelde haar, eigenlijk nogal lomp, die mop van ‘Hempie en Broekie’  en die van ‘Pudding en Gisteren’. Dat had wel succes, alleen was het wel van korte duur; met name  om die van ‘Pudding en Gisteren’ moest ze erg lachen maar dat kwam waarschijnlijk, omdat Joop hem zo smakelijk vertelde.
Het was een lange reis. Pas rond elf uur ’s avonds waren ze in Schiedam. De familie  van Houten ontving ze heel hartelijk. Ze hadden een soepje voor de reizigers klaargemaakt, want ze wisten uit ervaring hoe flauw je kan zijn na zo’n lange reis. Voor bij de soep, het was tomatensoep, hadden de van Houtens ook wat brood klaargezet. 
Het was geen tijd voor kleine kinderen als Kareltje om nog te gaan zitten eten. Hij kreeg een beetje melk vòòrdat Maria hem naar bed bracht. Daar moest hij het mee doen.
‘Wat zijn het toch schatten van mensen,’ dacht Maria terwijl ze Kareltje in slaap  aan het wiegen was. Ze schaamde zich wel eens een beetje, dat haar gedachten en gevoelens over meneer van Houten destijds ineens zo op hol waren geslagen. Waarschijnlijk hebben de van Houtens er niks van gemerkt, want ze heeft er nooit met een woord over gerept tegen hem …  ze is ook nooit handtastelijk geworden ….hoewel ze dat toen wel heel graag geworden was …
Het smaakte Maria en Joop verrukkelijk, dat tomatensoepje. Hoorbaar lekker zat Joop te eten; de rode spetters vlogen om zijn oren. Het deed de van Houtentjes  
zichtbaar genoegen, dat hun soepje er zo goed in ging.
Eigenlijk hield Maria er niet zo van als iemand ‘vies zit te vreten’. Normaal moest ze er iets van zeggen, als er gesmakt, geslurpt, gesmekt, gespetterd of geboerd werd maar op de een of andere manier kon ze dat van Joop nu wel hebben.
Het hoorde blijkbaar bij Joop, dat was zijn manier van eten. Ze vond het wel vreemd dat ze totaal niet de aandrang had om naar Joop toe corrigerende opmerkingen te maken en  misselijk werd ze er ook niet eens meer van. Blijkbaar was haar tolerantiegrens ten aanzien van het eetgedrag van Joop opgeschoven. ‘Neem iemand zoals hij is,‘dat gezegde bracht Maria dus in praktijk.
Met Joop moest ze later nog wel es praten over zijn uitgelaten gedrag van vanmiddag met haar oudste zus Rika èn over wat er nou aan de hand was met die twee broertjes. Want àls Maria verder zou willen met Joop moest ze toch op zijn minst eerst duidelijkheid hebben over die zaken.
Maria en Joop deden even de kleine ‘soep’afwas, ‘wat helemaal niet nodig was volgens mevrouw.’ Ze bedanken de van Houtens en zakken af  naar de begane grond.  Spontaan geeft Maria een zoen op Joop zijn wang: ’Bedankt voor het rijden, Joop! Je bent een heel goede chauffeur. Ik heb een fijne dag gehad! Hoeveel krijg je voor de benzine?’
‘Niks,’ zegt Joop, ‘het was toch mijn aanbod, om met de auto naar Den Bosch te gaan.
En luister eens Maria, ik had vanmiddag nou wel veel lol met Rika maar daar moet je verder niks achter zoeken, hoor …   ik vind haar een aardige,  goedlachse vrouw … maar ze is wel vijf jaar ouder dan ik en bovendien … mijn type is ze gewoon niet en …Maria … jij wel! Rika zou best een leuke schoonzus wezen.’

‘Ik moet gaan,’zei Joop. Vlug gaf hij Maria een kusje op haar wang en liep snel naar zijn auto. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten