zondag 28 september 2014

OMA & OPA (13)

Pastoor Rotobst  hield een mooie preek op deze vroege zondagochtend. Het ging over de ‘Verdwijning en Wederkeer van ‘t Lam Gods’. Hoe ’t Lam door ‘Zijn Wederkeer’ talloze vervlogen zielen een herkansing gaf. Onwillekeurig moest Maria toch een klein  beetje denken aan Kareltjes verdwijning.  Nou ja …. Kareltje had natuurlijk nóóit ‘talloze’ vervlogen zielen een herkansing kunnen geven, dus dat moest Maria maar snel weer vergeten.
Ze was blij om haar zoontje weer te zien, toen ze thuiskwam uit de kerk. Mevrouw van ’t Hout was net zijn kontje aan het afvegen … de kleine man, op weg naar de zindelijkheid,  had een grote boodschap gedaan op zijn potje. Met een vies gezicht liep Lidwien naar de wc om daar het potje van de kleine stinkerd leeg kieperen.  Maria nam Karel over van mevrouw in ’t Hout. Ze deed hem een schone luier om, want helemaal zonder kon hij nog niet. Voor vanmiddag als ze met Joop naar het bos zouden gaan deed Maria alvast  z’n mooie oranje giraffenpakje aan.  Daarna kroelden ze nog even lekker met elkaar.
In de hoek van de kamer, aan de eettafel, zat meneer van ’t Hout een potje te dammen met jongste zoon Ruud.

Ze hadden geluk. Het was fraai weer. Eind september was het, herfst bijna, maar met 24 graden was het gewoon een zomerse dag. Er waren best veel mensen op het zelfde idee gekomen als Maria en Joop: wandelen in het Sterrenbos. Als een trotse vader liep Joop achter de kinderwagen.  Wel een beetje overdreven vond Maria. Kareltje en Joop hadden wel lol samen. De kleine jongen schaterde het uit van het lachen als Joop het liedje ‘in een groen, groen, groen, groen knollen- knollenland’ zong. Joop trok al zingend, gekke bekken; Kareltje bleef maar lachen. Alleen toen Joop voor de vierde achtereenvolgende keer het groene knollenland wou gaan bezingen, was het voor Maria genoeg: ‘ja, stop nou maar Joop,  genoeg gelachen.’  Dat was wel even slikken voor Joop. Hij bond zo snel in; Maria lachte in haar vuistje en ze vond het ook iets vertederends hebben.
Vreemd, er lieten zich vandaag nauwelijks vogeltjes zien in het bos; eigenlijk alleen van die grote, logge duiven. De bladeren namen langzamerhand hun herfstkleuren aan  en binnen enkele weken zouden de meeste takken weer allemaal kaal zijn. Op de paden en grasperken lagen volop kastanjes en noten;  kinderen waren ze aan het verzamelen; misschien wel voor een werkstuk op school.  

Toen ze even op een bankje zaten, bood Joop Maria aan om haar en Kareltje te zijner tijd met de auto naar Den Bosch te brengen. Hij zou dan wel de auto van de zaak kunnen krijgen. Daar doen ze nooit moeilijk over. Maria was echt blij met dat aanbod. Zus Rika had Maria’s brief  inmiddels beantwoord. Aanstaande zondag zouden ze naar Den Bosch kunnen komen.
Voor Joop was aanstaande zondag geen enkel probleem; om half acht zou hij bij haar voor de deur staan.
‘Mmmmm’, dacht Maria, die Joop is dan wel geen casanova  … hij is wel lief, leuk met Kareltje en behulpzaam.’


 Maria vertelt aan mevrouw van ’t Hout, dat Joop haar en Kareltje met de auto naar haar familie in Den Bosch zal brengen. Omdat mevrouw dan een beetje bedenkelijk kijkt, vraagt Maria haar of daar wat mis mee is. In eerste instantie houdt mevrouw  haar mond stijf dicht maar later en na enig aandringen van Maria verrtelt mevrouw, dat er in het Schiedamse geroddeld wordt, dat Joop niet te vertrouwen is met jonge kinderen … zowel jongetjes als meisjes: hij kan er niet afblijven!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten