dinsdag 30 september 2014

OMA EN OPA (15)

De ontvangst in Den Bosch was hartverwarmend. Kareltje stond natuurlijk in het middelpunt van de belangstelling. ‘Wat is ie al weer groot!’ ‘Wat heeft ie een leuk lachje.’ ‘Hij wordt echt steeds rooier.’ ‘Leuk hoor, die sproetjes.’ Moeder en zus Rika namen het ventje om beurten op hun arm. Ze vochten er nog net niet om. Voor Kareltje, waren er lekker warme, want gebreide kleertjes. Hij was zo in ieder geval winterklaar. Maria maakte de familie blij met het lekkers, dat ze had meegenomen. Met name vader was in de wolken met zijn fles Schiedamsche jenever (en dan had ie er nog niet eens  wat van op). Tot grote verrassing van Maria toverde Joop plotseling een appeltaart te voorschijn. Hij had een flinke zak appelen gekregen van een neef, die een volkstuin had. Zijn appeloogst was vrij groot dit jaar dus hij was zo hier en daar wat aan het weggeven. Het leek Joop wel een goed idee om behalve originele Schiedamsche jenever ook originele Schiedamsche appeltaart te presenteren. Maria was helemaal verbaasd toen ze zag, dat Joop zelfs nog aan de slagroom gedacht had.
Vader, die inmiddels gretig aan zijn derde borrel zat te nippen, zei dat hij geen trek had in appeltaart maar ‘als jullie een stukske voor mij willen bewaren, dan eet ik het morgen wel op.

Moeder vroeg Maria honderduit over het opvanghuis in Rotterdam en de familie waar ze nu bij inwoonde … of het wel gelovige mensen waren … ze maakte zich een beetje zorgen zei ze over Rika, haar oudste dochter, die nu toch ook al weer de vijfentwintig gepasseerd was … ze is toch een leuke meid, nietwaar … maar ze is waarschijnlijk te kritisch … ze heeft nooit langer dan twee weken een vrijer… maar ja dat soort dingen kunt ge ook weer niet dwingen.
Maria zag Rika in de tuin zitten, met Kareltje op schoot. Ze was druk in gesprek met Joop; ze hadden lol samen.
‘Sorry, moeder, ik hoorde u even niet, ik was afgeleid …’
‘Ja. Maria, meneer pastoor was hier laatst met zo’n raar verhaal over jou en Kareltje; veel snapte ik er niet van maar wàt ik er van begreep was dat Kareltje op raadselachtige wijze uit zijn bedje was verdwenen.

Rika, Kareltje en Joop hadden het goed naar hun zin met elkaar;  Maria’s zus sneed nog een paar stukken appeltaart af; Joop ging snel nog even de slagroom pakken.
Zag Maria dat nou wel goed?? Eerst zag ze Joop een hapje appeltaart geven aan Kareltje en vervolgens zag ze dat Rika haar mond wagenwijd open deed om door Joop gevoerd te worden en vervolgens deed Joop zijn mond weer open … nou ja! Ze bleven in ieder geval lachen.
Vader, die de fles originele Schiedamsche jenever nu voor bijna de helft achter zijn kiezen had, lalde of ‘dat er nu toch zeker volgens hem wel genoeg te lachen was geweest, hè en zo ja, waarom niet. Dus stoppen maar!’

 ‘Ja Maria, je was nog vrij jong toen ik je vertelde over wat je deed met Koba de poes,  Kirt de parkiet en Flip de hamster.‘ Moeder nam een kersenbonbon, ‘heerlijk,’ zei ze, ‘neem er ook een, Maria!’

‘Je had toen samen met Rika een slaapkamer. Je zus wilde graag dieren om zich heen hebben; jij niet; jij was ze liever kwijt dan rijk. Een aantal malen waren de dieren binnenshuis verhuisd. Op raadselachtige wijze. Ik zag je toen, tegen middernacht, met Koba naar de kelder lopen; even later met Flip naar de schoenenpoetsdoos en toen met Kirt naar de kachel (die uit was)… Ik riep nog zachtjes ‘Maria’, om je niet te laten schrikken, want misschien slaapwandelde je wel  en als je dan zou schrikken, kon je zomaar ineens dood blijven …… je hoorde me niet … je liep ook niet …. je slaapwandelde.  Je loste zo het probleem op dat je had met die dieren. De dieren gingen gelijk van jullie kamer af en van de dokter kreeg je pillen tegen het slaapwandelen. Acht jaar was je toen. Die pillen heb je zeker nog tot je vijftiende geslikt . Nadien heb je, voor zover ik weet, nooit meer geslaapwandeld. Nou ja tot nu toe dan. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten